Werken in het onderwijs en pensioen

Mensen die werkzaam zijn in het onderwijs, krijgen een ABP-pensioen. Zij maken gebruik van een pensioenregeling voor onderwijs en overheid, waarover u hier interessante informatie kunt vinden.

 

 



 Deze regeling bestaat uit 3 soorten pensioen, namelijk:
· Ouderdomspensioen
· Nabestaandenpensioen
· Arbeidsongeschiktheidspensioen 

 

Ouderdomspensioen
Het ABP ouderdomspensioen biedt de keuze uit 3 pensioenregelingen. Namelijk:
· FPU
· ABP ouderdomspensioen
· ABP keuzepensioen
 
FPU in het onderwijs
FPU staat voor flexibel pensioen en uittreden. Hiermee kun je vervroegd met pensioen, maar hier zijn wel enkele regels voor:
· Geboren zijn voor 01-01-1950.
· Sinds 01-04-1997 deelgenomen hebben aan ABP-pensioen.
Met FPU mag je vanaf je 55e geheel of gedeeltelijk stoppen met werken en je krijgt dan FPU tot je 65e en daarna het ouderdomspensioen.

ABP ouderdomspensioen voor de sector onderwijs
Het ABP ouderdomspensioen krijg je als je 65 wordt. De hoogte hiervan zal afhangen van je persoonlijke situatie. Er wordt gekeken naar je salaris en naar het aantal jaren dat er pensioenopbouw heeft plaatsgevonden. Als je doorwerkt tot je 65e, dan maak je geen gebruik van FPU en krijg je op je 65e een eenmalige bonus.

ABP keuzepensioen in het onderwijs
Hiermee kun je zelf een invulling geven aan je pensioen. Deze keuze hoef je overigens pas te maken als je met pensioen gaat.

Nabestaandenpensioen in het onderwijs
Mocht je komen te overlijden, dan krijgen je partner en je kinderen een nabestaandenpensioen. 

Arbeidsongeschiktheidspensioen in het onderwijs
Hiermee wordt je inkomen aangevuld als je arbeidsongeschikt raakt. Als je na 2 jaar nog ziek bent, dan zal het UWV een keuring uitvoeren om te zien wat je eventueel nog wel zou kunnen doen. Als je dan 35% of meer arbeidsongeschikt wordt bevonden, dan zul je van het UWV een uitkering krijgen.